Waarom ons onderwijssysteem niet werkt

Veel onderwijskundigen kijken met een schuin oog naar Harold Bekkering: "Dat komt omdat ik me als neurowetenschapper in het onderwijskundig domein begeef. Bovendien ben ik tegen een systeem dat bepaald wordt door alleen een cognitieve ontwikkeling. Het gaat om betekenisvol leren, waarbij we kinderen leren nieuwsgierig te blijven."




Harold Bekkering is hoogleraar cognitieve psychologie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen: Een belangrijk thema binnen de Nederlandse wetenschapsagenda is om mensen zover te krijgen dat ze een leven lang hun talenten blijven ontwikkelen en zich daar goed bij voelen. Mijn achtergrond ligt in de relatie tussen leren en het cognitieve aspect, maar ik vind de onderwijskundige invalshoek veel interessanter omdat het daar om mensen laten leren gaat. Jonge kinderen hebben een maximale leercapaciteit en zijn van nature nieuwsgierig. Ons systeem holt die kwaliteiten vervolgens uit.



Agora & Niekee Roermond Foto: Sjef Drummen

Het is zorgwekkend om te zien dat een op de drie 20'ers een burn-out krijgt. Als je kinderen op 12- jarige leeftijd in verschillende categorieen en niveaus indeelt kun je dat verwachten. Dan ben je twaalf en dan hoor je dat je niet goed kunt leren, vooral praktische vaardigheden hebt en naar het vmbo moet. Het onderscheid tussen praktisch versus cognitief is een eufemisme waar ik me aan stoor want dat onderscheid zegt niets over het vmbo of welk niveau dan ook. Dan blijft een minister in hetzelfde jargon hangen en maar blijven hameren op cijfers en excellente kennis. In feite zeggen we tegen een vmbo-kind: jij bent niet goed genoeg en het zal een uitdaging voor jou worden om een goede baan te vinden. De druk die we mensen opleggen is ook immens groot. Daarom moeten we dat soort redeneringen keihard aanpakken. Het systeem stuurt op cognitie en dat bepaalt het niveau. Mijn vrouw werkt op een vmbo-groen school en liet onze tuin door een leerling aanleggen. Hij had nog nooit een voldoende voor rekenen gehad, maar maakte een prachtige put om het water af te laten stromen. Daar zat alles in: verhoudingen, inzicht en praktische vaardigheid. Daarom weiger ik dat stigmatiserende onderscheid tussen praktisch en cognitief over te nemen.

ACTIVEREND LEREN

Het mooie van Schooldomein is dat het opdrachtgevers en architecten beter laat nadenken over hoe we een school zouden moeten inrichten, fysiek en qua inhoud met als doel de nieuwsgierigheid te blijven prikkelen. Wat dus niet helpt is om lokalen te maken; in een lokaal staat een persoon altijd voor een groep die afwacht en achteroverleunt. Ik werk met de Stichting Schoolinfo waar 200 aangesloten scholen met innovatie bezig zijn. Veel leeromgevingen zijn grotere ruimten waar je meer competenties kunt ontwikkelen. We moeten afleren dat leerlingen kunnen achteroverleunen omdat een docent vertelt hoe het moet. Docenten moeten juist leren luisteren en door activiteiten het onderwijs vormgeven. Het activerend leren is nog niet echt mainstream. Dat begint met de inrichting van een gebouw; als belangrijke voorwaarde om het leren te activeren en de nieuwsgierigheid te prikkelen. Vervolgens de inhoud van de lessen; ik ben wetenschappelijk adviseur van Agora scholen, waarbij we in onze zoektocht die onderwijsinhoud activerend willen maken. We hebben twee grote uitdagingen; in de eerste plaats de eindtermen die ook voor de Agorascholen gelden. In de eerste "gouden" jaren van hun schoolloopbaan krijgen kinderen de tijd om zelf hun talenten te ontwikkelen. Eindtermen en examineren betekent het structureel afstraffen van het activerend onderwijs. Een eindtermen leidt ertoe dat je dat ene zo goed mogelijk leert om er een voldoende of meer op te scoren. De zoektocht is dus om een systeem te ontwikkelen waarmee je activerend leren kunt waarderen. Dat is een open puzzeltocht met het gevaar dat je weer nieuwe eindtermen bedenkt.

Harold Bekkering - foto: Angeliek de Jonge In de jaren dat mensen optimaal kunnen leren is het van belang dat ze een houding ontwikkelen die ze ook kunnen gebruiken wanneer ze wat minder activerend zijn. Vanuit die lerende houding benader je ervaringen vanuit hun context, die zelf voortdurend in verandering is. Daar moet je je steeds op kunnen aanpassen en dat is de essentie van onderwijs. Het gaat om het ontdekken wat bij mij past; leren moet betekenisvol zijn. Als jij voor een examen leert is het enige betekenisvolle het cijfer en je leert datgene dat tot dat cijfer leidt, maar je maakt kinderen niet nieuwsgiering. De output van Agora-scholen zijn kinderen die nieuwsgierig zijn. Daar gaat het om, om exploratief te blijven; met hoeveel kennis ze van een school af gaan is niet interessant. Het huidige schoolsysteem is ingericht op teaching to the test."

CONTROLE EN BUREAUCRATIE

De vraag is waarom we onze samenleving zo hebben ingericht; het heeft te maken met controleerbaarheid en bureaucratie. Denker des vaderlands Rene ten Bos heeft er een mooi boek over geschreven: bureaucratie is een inktvis. Net als een inktvis ontglipt de bureaucratie aan iedereen die er grip op wil krijgen. Het onderwijs is een mooi voorbeeld; we denken via de inspectie controle over de kwaliteit te houden net zoals de keuringsdienst van waren of de zorgautoriteit dat doen. Allemaal instanties met in beginsel een nobel doel, maar door er een controlemechanisme op te zetten, we het kind met het badwater weggooien. Wanneer je aan de voorkant vertrouwen hebt is er geen controle nodig; elk kind is anders en elke situatie is ook anders. Nu moet je herkauwen en je wordt te snel in hokjes gedeeld. Vervolgens leer je niet waar je interesses liggen. Ik heb een droombeeld waarbij het de eerste 18 jaar verboden is om kinderen te testen, zodat kinderen nieuwsgierig blijven en niet afgestraft worden door een teleurstellende ervaring. Ik ben dus wel voor leerplicht, maar dat moet zich beperken tot de verplichting naar school te gaan. Wij als samenleving zorgen dan voor inspirerende leeromgevingen waar coaches rondlopen die jou helpen bij jouw zoektocht. Daarbij moet je elke dag weer nadenken wat je wilt gaan doen en met wie je wilt samenwerken. Stiekem hebben die coaches wel kennis in hun hoofd waarmee ze je kunnen helpen. Na die eerste 18 jaar ben je volwassen en kun je je zelf inschrijven voor een vervolgopleiding of een werkkring. Als je dan getest wilt worden kies je daar zelf voor. Je kunt naar het mbo en een vak leren en daarvoor moet je bepaalde kwalificaties hebben of je wilt vanuit de behoefte aan meer kennis en inzichten doorstuderen. De eerste 18 jaar moet het om persoonlijke ontwikkeling gaan. Daarna kun je nog heel lang leren en heel lang werken.

HET BEWUSTZIJN

"Bewustzijn is een reflectie op indrukken uit de buitenwereld. Wij ervaren dat via taal en dat is een na-effect. De filosofie is dat de hersenen een voorspellingsorgaan zijn; we maken voortdurend voorspellingen. De bureaucratie is daar een voorbeeld van. Als we het maar zo inrichten is de kwaliteit goed. Met twaalf jaar leren en profielen kiezen is belachelijk. Het erge is dat het zo bepalend is. Tijdens mijn lezingen over schoolkeuze, praat ik met havo- en vwo-leerlingen, die vragen wat ze later moeten gaan doen. Moet ik naar het hbo of naar de universiteit? Ik vraag dan wat iemand boeit; vind je biomechanica en bewegingswetenschap leuk of vind je het leuk om mensen te helpen beter te bewegen? Hetzelfde geldt voor muziek: vind je de wetenschap leuk of wil je zelf muziek maken? Hoe voelt het voor je lichaam en niet alleen voor je geest. Wij zijn veel te veel bezig met hoe het voor ons hoofd voelt. Op die manier zou je eigenlijk wel voorlichting willen geven. Het is trouwens wel opvallend dat ik nooit een uitnodiging van een vmbo-school krijg."

BETEKENISVOL

Onderwijs moet betekenisvol zijn en je zou kinderen gunnen dat ze onderweg eerder leren om hun passie te volgen. Wij benaderen de sociale omgeving op een negatieve manier, terwijl er maar een samenleving is. Ik ben voor een school en een maatschappij; we kunnen zoveel van elkaar leren. Door die vroege selectie versterk je de verschillen. Ik kan met iedereen goed opschieten omdat ik vroeger allerlei vakantiebaantjes heb gedaan. Dat heeft me allerlei ervaringen gegeven en heeft me geleerd om bewondering te hebben voor wat mensen kunnen toevoegen. Als je iemand in een taalarme omgeving zet wordt die persoon vanzelf ook taalarm. De sociale omgeving versterkt de leefomgeving. Er zijn feitelijk veel minder verschillen dan dat wij door onze schoolomgeving juist bewerkstellingen. Door mensen bij elkaar te houden is er de angst dat alles naar het midden wordt getrokken, zeggen de tegenstanders van zo'n verbrede schoolloopbaan. Dat klopt op een bepaald niveau, maar dat is niet erg. Na die eerste 18 jaar ontdekken en ervaren heb je nog alle ruimte en tijd om door te leren en te kiezen wat je wilt. Je hoeft nog helemaal niet uitgeleerd te zijn op je 17e, maar wel een nieuwsgierige onderzoekende houding hebben met het vermogen om van elkaar te leren. Dan heb je een gezonde basis. Natuurlijk leert de neurowetenschap ons dat er verschillen zijn; er is aanleg en je hebt omgeving, maar die zijn niet bepalend. Ik ken heel veel mensen die met vmbo-kader begonnen zijn en nu bij ons studeren. Het is net als met man-vrouw verschillen; er zijn veel meer overeenkomsten dan verschillen en toch blijven we de verschillen benadrukken. Binnen de huidige wetgeving kun je al verschillende vakken op meerdere niveaus aanbieden, afhankelijk van interesse en aanleg. Veel scholen passen dat nog niet toe en dat vind ik oenig. Maar ik wil nog verder gaan en de klassenstructuur doorbreken. Die is funest voor een explorerende houding. Alles gaat om nieuwsgierig blijven.